Samenvatting (± 3 minuut)
In 2017 schreef ik een stukje dat Verstoppen heette.
Het begon zo:
“Ach kijk, daar zit je weer. Achter je slimme telefoon.”
Ik schreef over hoe we ons verstoppen voor verveling. Voor leegte.
Voor dat ongemakkelijke moment waarop er even helemaal niets gebeurt en je ineens met jezelf opgescheept zit.
De telefoon was daarin vooral een schuilplaats.
Negen jaar later denk ik dat ik daar iets over het hoofd zag.
Niet omdat die behoefte om te vluchten verdwenen is. Integendeel. Ik denk dat die behoorlijk menselijk is.
We willen afleiding als we ons vervelen. Iets om naar te kijken als we moeten wachten.
Iets om te doen als het stil wordt. Even niet nadenken. Even niet voelen.
Dat deden we waarschijnlijk ook al voordat iemand op het idee kwam een telefoon slim te noemen.
Alleen is er ondertussen iets veranderd.
De schuilplaats heeft ons leren kennen.
Hij weet inmiddels vrij aardig waar we naar kijken. Waar we op klikken.
Waar we boos van worden. Wat ons nieuwsgierig maakt. Wanneer we afhaken.
En vooral: wat ervoor zorgt dat we tóch nog even blijven.
Dat vind ik achteraf misschien wel het interessantste verschil tussen toen en nu.
In 2017 keek ik vooral naar onszelf.
Waarom pakken wij steeds die telefoon?
Nu kijk ik ook naar wat er aan de andere kant van dat scherm gebeurt.
Want daar zitten systemen die voortdurend proberen te voorspellen waar onze aandacht naartoe gaat.
Niet noodzakelijk omdat iemand heeft bedacht dat wij ons vooral zoveel mogelijk moeten verstoppen.
Wel omdat aandacht waarde heeft.
En daar wordt het ingewikkeld.
Want het algoritme heeft onze behoefte om te vluchten niet uitgevonden.
Het systeem heeft alleen geleerd waar de deur van onze schuilplaats zit.
Misschien is dat waarom ik tegenwoordig anders naar technologie kijk dan negen jaar geleden.
De vraag is voor mij niet meer alleen waarom wij zo vaak naar dat scherm grijpen.
Ik wil ook weten wie er belang bij heeft dat we blijven kijken.
Hoe die omgeving ons gedrag beïnvloedt.
Welke keuzes daarin voor ons worden gemaakt.
En hoeveel ruimte er nog overblijft om zelf te besluiten dat het mooi geweest is.
Maar daarmee zou ik mezelf ook te makkelijk vrijpleiten.
Want uiteindelijk ligt die telefoon nog steeds gewoon in mijn hand.
Ik kan hem wegleggen.
Ik kan uit het raam kijken.
Ik kan me vervelen.
En dan gebeurt precies datgene waar ik in 2017 al over schreef.
Dan is er ineens niets meer tussen mij en de wereld.
Geen melding. Geen filmpje. Geen tijdlijn. Geen volgende prikkel.
Alleen dat ongemakkelijke lege moment.
En mezelf.
Misschien was dat stukje uit 2017 dus minder achterhaald dan ik dacht.
Alleen was de schuilplaats toen nog een stuk eenvoudiger.
Lees hier wat ik op 13 januari 2017 schreef: Verstoppen.
Diezelfde dag werkte ik die gedachte uitgebreider uit op LinkedIn.


Geef een reactie